Wat is een API? De programmeerinterface, uitgelegd
Een API (application programming interface, of programmeerinterface) is een set regels waarmee software met andere software praat. Ze bepaalt wat je kunt opvragen en wat je terugkrijgt, zodat systemen gegevens uitwisselen zonder elkaars binnenkant te kennen.
Zie het als een contract. Een vervoerder publiceert een API die zegt: stuur me een pakketgewicht en twee postcodes, dan geef ik je een tarief en een leverdatum terug. Jouw software stuurt dat verzoek, het systeem van de vervoerder antwoordt, en geen van beide hoeft te begrijpen hoe de ander is gebouwd. Het contract blijft gelden, ook als de vervoerder zijn code herschrijft.
De meeste software die je gebruikt draait achter de schermen op API's. Een afrekenpagina roept de API van een betaalprovider aan om een kaart te belasten. Een weerwidget haalt zijn voorspelling via een API op. Een productinformatiesysteem (PIM) stuurt catalogusgegevens naar een marktplaats over een API. Moderne producten zijn aan elkaar geknoopt uit tientallen van deze aanroepen.
Een concreet voorbeeld uit onze wereld. Een expediteur wil live tracking in zijn eigen portaal. In plaats van op de website van elke vervoerder in te loggen, koppelen we de API van elke vervoerder, halen we volgens een schema statusupdates op en tonen we elke zending op één plek. Het personeel stopt met het overtikken van trackingnummers tussen tabbladen.
Waarom het belangrijk is voor maatwerksoftware
Het grootste deel van maatwerk-softwareontwikkeling is integratiewerk: de tools die een bedrijf al bezit via hun API's met elkaar laten praten. Een schone API maakt van een gesloten systeem iets waarop je kunt bouwen. Als een leverancier geen API biedt, bepaalt die dichte deur vaak of een project goedkoop of pijnlijk wordt, dus het is een van de eerste dingen die we controleren.